W a t   i s   T a o ´ s m e  

Het Taoisme kan je niet beschouwen als een filosofie in de westerse zin, maar eerder als een levenswijze of kunst. Het gaat dus hoofdzakelijk over de praktijk van het leven, niet over de denkwijze zelf.
De betekenis van Tao is eigenlijk moeilijk onder woorden te zeggen. Tao is iets dat je moet gewaarworden en in je opnemen. Je kan Tao zeker niet bestempelen als een denkend wezen zoals een god dat wel is. In het tao´sme betekent tao dus eerder ôde begane wegö.
Tao is universeel, het is de weg van de natuur. Het is de oorsprong en het allesomvattende, altijd veranderend en voortdurend in evenwicht. Alles evolueert met het Tao maar Tao doet niets gebeuren. Tao is een gegeven , een mysterie. Alles doorloopt een vast patroon dat het niet zelf gekozen heeft en niet zelf kan wijzigen. De weg is vast te stellen maar niet te verklaren.





Het yin-yang-symbool of het Tĺai chi-symbool stelt het verband tussen de yin-krachten en de yang-krachten voor. Yin: duisternis, water, het passieve, het vrouwelijke, negatieve, aardse, koude... Yang: het lichte, actieve, mannelijke, positieve, warme, hemelse ... . Deze zijn natuurlijk relatief, de zaken die men met yin of yang associeert kunnen naargelang de denkwijze erover of door een bepaald aspect van plaats verwisselen. bv. water: "In de wereld is er niets zachter dan water. En toch overtreft niets het bij het overwinnen van het harde" (Lau-Tse, Tao Te Ching). Of bijvoorbeeld dat leed je sterker maakt, dat er aan pijn toch een positieve kant zit en hoe er iets moois kan uit groeien. Het zijn tegengestelde, aanvullende en niet-duellerende krachten die elkaars essentie bezitten en harmonieus in elkaar overvloeien. Het beste voorbeeld hiervan is een relatie tussen man en vrouw. De man heeft altijd een vrouwelijke en de vrouw een mannelijke kant.





Het Tĺai Chi is het oorspronkelijk geheel die in de dualiteit yin-yang vervalt Van die Twee kwam de Drie en uit de Drie groeien al de vormen van het heelal. Het vloeiende, veranderlijke aspect van yin-yang doet al die vormen weer oplossen in het ene: de eeuwige terugkeer. Dit gedreven door de chi-stromen (=verschillende vormen van energie).Door de chi zijn dus alle elementen van het universum met elkaar verbonden.





Het menselijk lichaam is ook een energiesysteem, dat bestaat uit verschillende chi-stromen (levensenergie). De chi-stromen in het lichaam zijn te vergelijken met deze over het landschap zijn even onderhevig aan veranderingen (zoals weersveranderingen).
Ching is gebundelde energie waaronder ook in vloeibare vorm , de seksuele vloeistoffen (de 'levenscheppende' vloeistoffen ).
Ching verwijst ook naar de psychische of emotionele seksuele energie (zoals de seksuele aantrekkingkracht).
Chi in verfijnde vorm is ijle lucht of adem. En in nog verfijnderde vorm wordt het shen, geest of bewustzijn.

In het tao´stisch denken is de onderlinge verbondenheid tussen geest, lichaam en omgeving zeer groot. Hieruit ontwikkelden zich in de Chinese traditie vele medische technieken (zoals accupunctuur ) en psychofysieke disciplines. Zoals de in het Westen populaire oefeningen voor lichamelijke harmonie en beheersing (= Tĺai-ji-chuan).
T'ai-ji-chuan maakt gebruik van gebundelde energie of ching om aanvallen af te weren door zich te laten drijven op de kracht van de aarde en de chi van de hemelen.


              http://www.innerned.com




De natuur is de basis waarin alles in verbinding staat met elkaar en dus de mens plaatst in verbondenheid met alles. Daarom is er in de Oosterse wereld een stevigere band tussen de verschillende generaties, ligt er de nadruk eerder op de emoties, is er een diepgeworteld respect voor de natuur. De Chinezen bekijken de natuur om verwantschappen (de eenheid) te ontdekken niet om die te analyseren die meer de Westerse manier is. Vanuit deze visies stammen de traditionele werkwijzen bij het genezen van ziekten of kwalen, zoals het gebruik van geneeskrachtige kruiden.





In het tao´sme is er een cyclische tijdsopvatting (eeuwige terugkeer). Daarom leggen de Chinezen ook geen nulpunt vast in hun tijdrekening maar gaan ze de tijd indelen volgens de verschillende dynastieŰn (bv. het 3de jaar van de Tang-dynastie), die ook tijden van bloei en van verval kenden (tao-ritme).

De Chinezen geloofden dat het continuŘm ruimte-tijd een noodzakelijk verband was. De tijd is dus geen lineaire maatstaf maar iets dat zich in alles manifesteert. De Chinese kalender is heel sterk afgestemd op de bewegingen van de hemellichamen: de zon, de maan, de sterren,... . De overeenkomsten, aan tijd en ruimte van alle aspecten van de Chinese tijdrekening heeft een veel sterkere samenhang en realiteit dan de westerse tijdrekening.


De filosofie van het tao´sme leert ons hoe je volgens de Tao moet leven Tao staat in verbinding met het Te, de kracht om Tao in alles te verwezenlijken. De grootste deugd is het wu-wei.

Wie naar kennis streeft
leert dagelijks bij
wie naar Tao streeft
leert dagelijks af
                    Lau-Tse

In een tao´stische levenswijze is het intu´tieve of instinctieve heel belangrijk dus het afleren bij het streven naar Tao is teruggaan naar je eigen zijn, door de natuurlijke weg niet tegen te werken. Wie naar kennis streeft probeert a.d.h.v. zijn kennis te leven en alles te verklaren, te analyseren en te manipuleren.


De grote geest omvat
de kleine geest ontleedt.
Het grote woord is verlichtend
het kleine woord is praatziek
                                Zhuang-Tzu



                


In de Chinese kunst wordt de Chinese blik op het leven onthuld. De veranderende tegenstellingen, het patroon en de totaliteit van de natuurlijke wereld wordt uitgebeeld. De natuur is dus het belangrijkste onderwerp. In tekeningen en schilderijen worden vloeiende, grillige en spontane lijnen gebruikt en alles lijkt in verband te staan en in elkaar te overvloeien.

Hun schrijftaal is een kunstvorm op zich die aansluit bij het Tao. Het is opgebouwd uit karakters die veel ruimte laat voor interpretatie en dus de zuivere beredenering achterwege laat. Het vertalen van klassieke chinese teksten is dus geen gemakkelijke taak waardoor er vaak erg verschillende vertaalde versies onstaan.





Muziek heeft het sterke vermogen om gevoelens, stemmingen op te roepen. Het is een kunstvorm waarbij je een gevoel krijgt van geestelijke stimulatie en verbondenheid. De Oosterse muziek beeldt dan ook vaak de band met de natuur (met z'n chi-stromen) uit. Het onder muziek brengen van de spirituele ervaring is er een belangrijk onderdeel in ceremonies en als hulpmiddel bij meditatie .Er wordt veel gebruik gemaakt van fluiten en snaarinstrumenten waarbij veelal die bepaalde akkoorden domineren waardoor het z'n typische Oosterse klanken krijgt.





PoŰzie is een uitdrukkingsvorm die de functie heeft om gedachten en emoties in een harmonieuze tekst om te zetten waar er een welbepaalde sfeer vanuit gaat. Via o.a. symboliek, spontaniteit, rijm om samenhang te verkrijgen en de geschikte (gevoelsgeladen) woordenkeus verkrijg je een dynamisch, evenwichtig geheel . Om die redens is poŰzie de taal van de tao´st, veel grote Chinese filosofen penden hun gedachten neer aan de hand van de dichtvorm.





De kunst bleef en blijft ook in het Westen een wezenlijke rol spelen in de vereniging van mensheid en natuur, van lichaam en ziel. De boodschap van intu´tie en het spontaniteit, die de basis van het tao´stische denken is, geraakt niet verloren. Dus is het belangrijk dat men deelneemt aan een kunstzinnige uitingsvorm.




Copyright © Bert Vandenbussche