|
FILOSOFISCH , MYSTIEK TAOISME
|
|
Het Taoïsme gaat terug tot ongeveer 600 v.C. met de geschriften van
Lau-Tse, Zhuang-Tse en Tsjwang-Tse. Het Tao Te Ching (= het boek van weg en
deugd) ,een boek dat door Lau-Tse geschreven werd, was en is zeer belangrijk.
Het handelde vooral over de noden van de maatschappij, het richtte zich o.a.
tot de toenmalige heerser, van wie hij wilde dat hij zo weinig mogelijk ingreep
in het leven van de mensen (wu-wei leidt tot het verwerpen van
reglementen en gezag omdat die de natuurlijke weg beïnvloeden). Later werd dit
voor taoïsten een “heilig” boek, en wordt het gelezen als een mystiek, duister
en diepzinnig werk dat zich tot individuen richt.
|
|
Legende van Lau-Tse: Lau-Tse zou zich rijdend op een buffel uit de wereld
hebben teruggetrokken om de Tao te vinden. De wachter van de westelijke pas
verzocht hem om zijn gedachten op te schrijven voor hij doormocht. Later
overhandigde Lau-Tse hem het geschrift dat het heilige boek zou worden van de
taoïsten, de Tao-Te-Ching .
|
Een ander werk van in ongeveer dezelfde periode en geschreven door Zhuang-Tse,
waarin het nastreven van persoonlijk geluk, de psychische bevrijding en de
mystieke beleving van de harmonie belangrijke elementen waren. Het werk was een
mijlpaal in het evolueren van het filosofisch taoïsme. Lau-Tse en de andere
taoïstische mystici streefden naar de hereniging met Tao, dit werd bevorderd
door seksuele en hygiënische praktijken.(in de volksreligie werd dit zeer
belangrijk).
|
|
Confucius (551-479 vc) was ook een belangrijke figuur in de ontwikkeling van
de religies in China. Hij was een filosoof, een politiek figuur en een leraar.
De leer van Confucius bestond voor het grootste deel uit ethiek met als
hoofdgedachte: doe anderen niet aan wat jij zelf niet zou willen aangedaan
worden. Het omvatte ook de grootste deugden zoals liefde, rechtvaardigheid en
eerbied. Dit gaat wel in tegen het wu-wei-principe van het taoïsme maar toch
werden veel andere elementen uit het taoïsme overgenomen (er waren geen
duidelijke grenzen tussen de verschillende religies).
( Links naar vertalingen van de Tao Te Ching en en andere
geschriften zijn te vinden op de linkspagina )
|
|
|
DIDACTISCH & RELIGIEUS TAOISME
|
|
Chinezen zijn praktische mensen. Ook zijn Chinezen weinig nieuwsgierig voor
het bovennatuurlijke. Religieuze vraagstukken worden vooral praktijkgericht
behandeld. Dus het gaat hen meer om een zinvolle vormgeving van het aardse
leven. Alleen zo is de omvorming van de Tao-leer tot zeer nuttige, dichtbij het
leven staande en het leven dienende praktijken te begrijpen. In tegenstelling
tot het Westen hebben de Chinezen hun religie kunnen integreren in het
dagelijkse leven.
|
|
Voortbouwend op de inzichten van de taoïstische meesters werden methodieken
ontwikkeld voor een groot aantal onderdelen van het leven, vooral op het gebied
van bevordering van de gezondheid: ademtechnieken,
bewegingskunsten(T’ai-chi-chuan), voeding en vooral ook seksuele methodieken.
|
Daarop voortbouwend ontstonden er ook sektes waarin het bindend element het
geloof in de mogelijkheid tot lichamelijke en geestelijke onsterfelijkheid was.
Sommige sektes geloofden echter niet in lichamelijke onsterfelijkheid maar wel
in een soort hemel (het Taoïstische paradijs). Via fysieke en psychische
(meditatie, geestelijke concentratie) discipline, waarvan de methoden
verschilden van sekte tot sekte.
|
Een voorstelling van het Taoïstische paradijs (of
hemel) ,
de plaats waar je volgens het geloof van sommige sektes terechtkwam als je
onsterfelijkheid had bereikt
|
Er waren ook naargelang de sekte verschillende rituelen, feesten en
symbolieken. Velen combineerden de lichamelijke en psychische oefeningen met
overmatig drugsgebruik en vele soorten elixirs, de alchimie speelde hierin de
belangrijkste rol. Dit waren ook middelen om met de ontelbare goden en geesten
in contact te komen, waarmee de oude volksgoden weer geïntegreerd werden. Deze
werden uitgebeeld in talrijke afbeeldingen en taoïstische teksten. Er waren
bvb. ook de acht onsterfelijken, mythische figuren die werden geassocieerd met
de acht trigrammen.
|
De acht onsterfelijken
|
Omdat het yin-yang-ritme niet erg geschikt is om alle dingen te beschrijven
hebben ze onderscheid gemaakt door yin (volle lijn) en yang (gebroken lijn) te
combineren. Eerst in 4 diagrammen dan in de 8 trigrammen en de I-Ching in 64
hexagrammen. Hierbij werd aan elke combinatie een bepaalde eigenschappen
toegekend i.v.m leven, natuur,... Deze werkwijze heeft mettertijd de hele
Chinese beschaving behekst. Vbn. hiervan zijn toekomstvoorspelling (door
toevallige samenstelling van een bepaald hexagram) en astrologie. Dit was niet
analoog met de taoïstische principes van verbondenheid en wu-wei , maar het is
iets waarbij pasklare “antwoorden” voorhanden zijn, de mens is trouwens altijd
geneigd om de gemakkelijke weg te nemen en de weg van de ervaring voor te
willen zijn, wat dan in dit aspect eigenlijk toch weer strookt met het
niet-ingrijpend handelen.
|
voorstelling van de 8 trigrammen
met de bijhorende 8 onsterfelijken
|
|
|
VOLKSGODSDIENST
|
|
Deze godsdienst met al haar riten, symbolen en oefeningen had een taoïstische
stempel. Het vertoont veel gelijkenissen met het lamaïsme ( Tibetaans
boeddhisme ) en zelfs met het katholicisme (het bevatte o.a. een soort biecht,
dodenmissen en dank en zoenoffers.Ze richtten ook tempels op waarin de
ceremonies worden gehouden met als belangrijk element het voorlezen van
taoïstische teksten.
|
Een ceremonie van taoistische nonnen
Een taoistische tempel in de filipijnen
|
De tao-priesters waren opvolgers van de sjamanen (=een soort van
toverpriester) uit de oude godsdiensten van Noord-Azië. Zoals ook in vele
andere volksgodsdiensten heeft zich in de Chinese variant veel bijgeloof
genesteld. Daarbij hebben de Chinezen via hun nuttigheidsstandpunt “geloof” en
bijgeloof op hun waarde beoordeeld. Daarmee hielden de priesters dan weer
rekening, die aan het volk voor alle denkbare noden pasklare recepten aanboden.
|
|
|
|